Heel bijzonder wil ik hier mevr. C. Bakkes-Versloot te Harfsen bedanken voor de vele informatie en foto's, voor haar grote morele steun en aanmoediging om dit stuk te schrijven; mevr. B. Geverding-Turion te Reeuwijk voor de zeer vele en voor haar vaak tijdrovende informatie en voor haar geduld ten opzichte van mijn vragen; dhr. Ir. J. Voskens voor zijn vele informatie zowel mondeling als schriftelijk evenals voor het uitlenen van een groot aantal van zijn brieven, verslagen van vergaderingen van de NHC en van tentoonstellingscatalogi.
Tenslotte wil ik het bestuur van de Nederlandse Herdershonden Club bedanken voor de bereidwilligheid en medewerking dit verslag te plaatsen evenals een aantal, deels zeldzame en nooit gepubliceerde foto's.
Uit de vele toegezonden foto's moest een selectie gemaakt worden op de belangrijkheid van de hond in de stamboom en op zo duidelijk mogelijke weergave.
In sommige gevallen was dat niet mogelijk, zoals bij afb. 6, omdat er geen andere foto beschikbaar was en bij afb.10. Deze hond is nooit voor de fokkerij gebruikt, maar de afbeelding geeft uitstekend het type weer en is als schilderijtje uniek. De foto's 3, 4, 5, 6, 14 en 15 (waarschijnlijk ook nr. 16) zijn indertijd door dr. v.d. Akker zelf gemaakt. Met uitzondering van nr. 15 en 16 heeft hij ze in de jaren 1939-1946 zelf aan mij gegeven. De oude en veelal originele foto's bij dit artikel zijn door dhr. S.G. Spaan, fotograaf aan de Kath. Universiteit te Nijmegen opnieuw gefotografeerd en vergroot. We beschikken nu over een aantal nieuwe negatieven zodat een belangrijk stuk documentatie is vastgelegd. Het is te hopen dat er in de toekomst nog gelegenheid is dit materiaal verder aan te vullen met foto's van honden die een belangrijke rol hebben gespeeld, maar waarvan op dit moment geen foto's beschikbaar zijn.

Enige bijzonderheden van de langhaar
Voordat we aan een meer gedetailleerde beschrijving van de langharige Hollandse Herdershond beginnen, is het van groot belang vast te stellen dat de langhaar vanaf het begin van de oprichting van de Ned. Herdershonden Club als een volwaardige eigen variŽteit is beschouwd. De langhaar is er dus niet later bijgekomen en er is nooit een discussie geweest over de aanvaarding van deze variŽteit naast de kort -en ruwhaar. Dat betekent dat er ten tijde van de oprichting van de Nederlandse Herdershonden Club in 1898 voldoende exemplaren aanwezig en bekend waren.
Er is in de eerste tientallen jaren van de NHC ook nooit gesproken over "toevalsproducten".
Toen men aanvankelijk voor de Hollandse Herder nog 6 haarsoorten onderscheidde, waren daarvan twee van toepassing op de langhaar: langharig met aanliggend haar en langharig met staand haar. In latere jaren werden deze zes soorten teruggebracht tot drie: korthaar - ruwhaar en langhaar met liggend haar (vgl. C.A. Kruis, pag. 35). Op twee punten week de langhaar gedurende lange tijd enigszins af van de kort -en ruwhaar. Allereerst was van het begin af een aparte kleur "kastanjebruin" voor de langharen toegestaan. Dit heeft geduurd tot na de tweede wereldoorlog. Het is uitermate intrigerend dat men deze kleur niet alleen al in het begin heeft erkend als kennelijk heel normaal naast goud - en zilver gestroomd, maar ook dat men haar later bij rigoureuze kleurbeperkingen voor kort -en ruwharen heeft gehandhaafd. Men kan hieruit slechts afleiden dat men reeds in het begin een voldoende aantal kastanjebruin gekleurde langharen kende naast gestroomde om dit als een typische eigen langhaar kleur te erkennen. Sommigen menen nu dat men kastanjebruin moet uitleggen als kastanjebruin gestroomd.
Al zijn de teksten van de raspunten hieromtrent niet altijd even duidelijk, toch blijkt uit verschillende beschrijvingen dat inderdaad "effen bruin" bedoeld wordt. Zo vindt men b.v. bij C.A. Kruis (pag.35) "Weldra werden door de NHC twee belangrijke besluiten genomen: ten eerste werd vastgesteld dat de kleur van kortharige Hollandse Herder voortaan gestroomd zou moeten zijn en dat gele ruwharen waren uitgesloten (de langhaar mocht ook kastanjebruin zijn). Later werd deze bepaling ingetrokken". Dat was omstreeks 1912 - 1913. Men zocht in die jaren via kleurbepalingen tot een voor de Hollandse Herdershond eigen en duidelijk kenmerkende identiteit te komen. Eveneens bij Kruis vindt men bij de bespreking van de kleuren voor de drie variŽteiten, voor de langhaar het volgende: "Hier treedt, naast de gestroomde, een andere kleur op: kastanjebruin" (C.A. Kruis, pag. 39). En nogmaals bij Kruis op pag. 41 bij de opsomming van de kleur van de langhaar: " Kastanjebruin, goud -en zilvergestroomd. Beslist ondubbelzinnig is de kleurbepaling voor de langhaar bij Kruis op pag. 45 als hij de kleurverruimingen van ongeveer 1938 voor de twee variŽteiten kort - en ruwhaar besproken heeft. Hij schrijft dan: "Kleur (van de langhaar): Hier zij geen nieuwe kleuren geÔntroduceerd. Als vanouds mag de langhaar eveneens effen kastanjebruin zijn."

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

index historie