Toepoel haalt in de tweede druk van zijn boek "Onze Honden" van ongeveer 1938 de officiŽle raspunten van de Hollandse Herder aan en hij vermeldt dan (pag. 272) voor de langhaar: "Kleur: Roodbruin (bij voorkeur diep kastanje en gestroomd (goud en zilver)." Men treft bij de langhaar inderdaad kastanjebruin gestroomde honden aan. Is dat te danken aan de invloed van de vroegere effen kastanjebruine exemplaren? Zelf heb ik er twee gekend, waarvan er ťťn, zoals we verderop zullen zien, voor het fokken is gebruikt. Pas in de vijftiger jaren werd het kastanjebruin als toegestane kleur voor de langhaar geschrapt.
Nog een eigenaardigheid vinden we bij J.van Rheenen vermeld in een door hem aangehaalde passage van de raspunten van de langharige Hollandse Herder zoals die door van Bylant in 1904 gegeven zijn met betrekking tot de beharing (zie van Rheenen, pag. 20): ". . . .Kop kortharig, hersenpan iets langer." Vervolgens was er langere tijd in de raspunten voor de langhaar sprake van een wat afwijkende minimummaat, n.l 53 cm voor teven en 55 cm voor reuen. Ook dit is niet helemaal duidelijk te verklaren, al vermoedt C.A. Kruis dat dit zal zijn om wat klein uitgevallen exemplaren niet van bekroning uit te sluiten (zie C.A. Kruis, pag. 43).
Persoonlijk acht ik het eerder waarschijnlijk dat de oorsprong hiervan te zoeken is in de aanvankelijk geringe hoogte van alle of althans van vele Hollandse Herders. Door de geringe fokkerij van de langharen waren ze in hoogte achter gebleven bij de groeiende trend voor de kort -en ruwharen naar meer hoogte in de concurrentie met de Duitse en Belgische herder. Men wilde trouwens toch een wat steviger hond. Er waren trouwens tientallen jaren maar heel weinig langharen en men wilde ze in alles ter wille zijn. Veel eenheid met betrekking tot kleur, grootte en uiterlijk was er in de beginjaren van de Hollandse Herder trouwens toch nog niet.

Een veelbelovende basis
Dat ook de langhaar in de eerste jaren van het bestaan van de NHC als volwaardige eigen variŽteit belangstelling en zorg vroeg, blijkt uit de volgende passage bij van Rheenen, genomen uit het verslag van de vergadering van de NHC van 20-8-1905 (pag. 22): "De langhaar zien we zelfs minder dan sporadisch op de tentoonstellingen. Hector van Haarlem, die deze beharing zolang goed vertegenwoordigde is helaas overleden. Gelukkig kwam dhr. v. Bleyenburgh met een nieuw exemplaar naar de tentoonstelling en wij vernamen ook dat de eigenaar van Hector van Haarlem wederom in het bezit is van een langharige herdershond. Als er nu gefokt wordt met de meermalen zo gunstig beoordeelde en hoogbekroonde Mek van dhr. G. Mulder, kunnen we vermoedelijk weer goede langharige producten krijgen....." Dit is de enige passage in het boek van J. van Rheenen waar enige langharen met naam genoemd worden, als mede die van de eigenaars. C.A. Kruis spreekt in het geheel niet over individuele langharen, hun fokkers of eigenaars. We weten uit verslagen en literatuur dat kort na de zojuist genoemde periode over een tijdsbestek van tientallen jaren de langhaar nog slechts uiterst zelden op tentoonstellingen uitkomt en ook nauwelijks meer vermeld wordt. De aanhaling van het verslag van de vergadering van de NHC van 20-8-1905 vond ik zo intrigerend dat het mij de moeite waard leek daar eens verdere naspeuringen naar te doen. De jaarlijkse uitgaven van het Nederlandse Honden Stam Boek (N.H.S.B.) van 1903, 1904 en 1905 geven het volgende toch wel het verrassende beeld van de langharen.
Ingeschreven in 1903:
1) Hector van Haarlem, reu (N.H.S.B. 1242) Kleur: gestroomd, afstamming onbekend. eig. P. Drost, Haarlem
Behaalde prijzen: 1e prijs openklasse in 1899 te Rotterdam, 1900 te Amsterdam, 1901 te Rotterdam.
2) Snoek van Haarlem, reu (N.H.S.B. 1448) afstamming onbekend, geboortedatum onbekend. Eig. P. Drost
3) Medo's Sappo, reu (N.H.S.B. 1535) kleur: goudgeel, geboren april 1900, fokker onbekend, eig. mevr. Ponsen, Assen
4) Rap van Haarlem, teef (N.H.S.B. 1240) kleur: gestroomd; vader: Hector van Haarlem, moeder: Vos van Haarlem, geboren augustus 1899, fokker P. Drost, eig. mw. J. Drost-de Boer, Haarlem
5) Vlug van Haarlem, teef, (N.H.S.B. 1241) vader: Hector van Haarlem, moeder: Vos van Haarlem, geboren augustus 1899, 1e prijs openklasse Rotterdam 1900
6) Sluw van Haarlem, teef (N.H.S.B. 1447), afstamming en geboortedatum onbekend, fokker onbekend, eigenaar P. Drost, Haarlem

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

index historie