Voor 1904 worden er geen nieuwe inschrijvingen in het NHSB vermeld, maar wel iets over tentoonstellingen. Hier vinden we behalve de reeds genoemde Mek een aantal nog niet genoemde honden (langharen):
7) Mek, openklasse in Haarlem.
8) Presto van Haarlem, in Amsterdam naast Hector van Haarlem en Mek.
9) Kwik van Haarlem.
Tenslotte voor 1905: één inschrijving in het N.H.S.B., maar ook weer een aantal onbekende honden:
10) Trouw, reu (N.H.S.B. 2416) geboren januari 1903.
11) Frits (uit Rap van Haarlem) fokker: van Doormalen, eigenaar J. van Bleyenburgh te Amsterdam (genoemd in het verslag van de NHC van 20-8-1905.
Uitgekomen op de tentoonstelling te 's-Gravenhage:
12) Stabij van Haarlem
13) Wakker van Haarlem
Gezegd moet worden dat dhr. Drost originele en oer-Hollandse namen aan zijn honden wist te geven. Verder moeten we constateren dat hij een heel grote kennel bezat, want behalve langharen fokte hij ook kort -en ruwharen. Achter de paar namen die genoemd werden in het verslag van de vergadering van de NHC van 20-8-1905 ging er dus nog een flink potentieel schuil van vermoedelijk grotendeels niet-verwante langharen. Daarmee was een groot aantal combinaties mogelijk en nog zonder een zweem van inteelt, een gunstige combinatie die zich daarna nooit meer heeft voorgedaan! Wat zouden we daar in de afgelopen jaren blij mee zijn geweest. Verder is het interessant op te merken dat dhr. Drost honden van onbekende afstamming onder zijn kennelnaam "van Haarlem" kon opnemen, datzelfde deed Dr. v.d. Akker later ook. Ook kennel "Medo" en anderen deden dit. De heer P. Drost was niet alleen fokker, maar zoals uit het N.H.S.B. blijkt, ook keurmeester. We zouden dat tegenwoordig een griezelige combinatie vinden, maar in die tijd was ook de bijna legendarische kynoloog en schrijver L. Seegers keurmeester van Hollandse en Belgische Herdershonden; zijn deskundigheid stond borg voor de kwaliteit van de keuring. Bovendien heeft Seegers ook zelf in zijn "Hondenrassen" deel 1, 1910, op pag. 15 iets geschreven over de fokrichting van de Hollandse Herder in die dagen en wordt ook dhr. P. Drost vermeld.
Seegers beschrijft eerst de situatie die bestond kort ná de oprichting van de NHC in 1898; men had toen reeds de eerder vermelde indeling in 6 haarsoorten, twee voor de korthaar, twee voor de ruwhaar en twee voor de langhaar. Hij schrijft dan: "Al heel spoedig begreep men dat het verschil niet was te handhaven en eindelijk kwam men tot de drie variëteiten: kortharige, ruwharige en langharige Hollandse Herdershonden. Wat een moeite het gekost heeft om het zover te brengen, wat een inkt er gemorst is, wat een stapel papier er is beschreven, vooraleer men zover was gevorderd, dat alleen weten zij die in de Nederlandse Herdershonden Club hebben gewerkt en die de pogingen van zijn bestuur hebben nagegaan. Het leeuwendeel komt toe aan de heren P. Drost, H.J. Clarion en L. Jonker, die niet altijd de medewerking genoten, waarop zij rechtens hadden moeten kunnen rekenen.
We mogen dus aannemen dat de langharen van de kennel "van Haarlem" heel aannemelijke exemplaren geweest zijn. Mede daarom is het diep te betreuren dat er geen oude gegevens meer te vinden zijn, evenmin als oude foto's van langharen uit die tijd. In dat verband moet men de oude foto van een korthaar en een"langhaar" van omstreeks 1900, zoals die indertijd is afgebeeld in een brochure van de NHC van omstreeks 1957 en ook nog eens in een artikel van mej. E. van Weelden in het decembernummer van 1976 van "Onze Hond" absoluut als een vergissing beschouwen. Of inderdaad de raad, uitgesproken in het verslag van de vergadering van de NHC van 20-8-1905 om te fokken met de "meermalen zo gunstig beoordeelde en hoog bekroonde Mek van dhr. Mulder" is opgevolgd, valt moeilijk te zeggen. Slechts een nauwgezet onderzoek naar de langharen opgenomen in het N.H.S.B. in de jaren daarna zou aanwijzingen kunnen geven. Hetzelfde geldt voor het verdere voortbestaan van de kennel "van Haarlem" en voor de kennel "Medo".Ondanks dit ruime en vemoedelijke ook goede fokmateriaal dat nog in 1905 voorhanden was, een situatie waarmee we later maar wat blij zouden zijn geweest, verdwijnt de langhaar hierna kennelijk van het toneel. Wat er van de kennel "van Haarlem" geworden is, evenals die van "Medo", weten we niet. Ook de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland kon mij hierover niets meer mededelen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

index historie